Afbeelding

Kennismaken met: Sjors Ultee, een mensenmens en bevlogen trainer.

Voetbal

OSS | We spreken elkaar op het directiekantoor in de catacomben van het Frans Heesen Stadion, met uitzicht op het veld. TOP Oss trainer Sjors Ultee (38) vertelt vol passie over zijn vak en over de club waarvoor hij onlangs voor een jaar bijtekende. Dat wordt zijn derde jaar als hoofdtrainer bij de rood-witten. Sjors Ultee is geboren en getogen in Utrecht. Hij studeerde aan de Pabo en werkte in het speciaal onderwijs. Ooit wilde hij sportarts worden, maar werd tot twee maal toe uitgeloot.

door Dick Hubertus

Hij speelde zelf geen betaald voetbal, maar werkte als jeugdtrainer en assistent-trainer bij F.C. Utrecht, F.C. Twente en Helmond Sport. Daarna werd hij hoofdtrainer bij Fortuna Sittard en SC Cambuur en is sinds 2024 trainer van TOP Oss. “Ja, ik heb bijgetekend omdat ik me hier op mijn plek voel. Het bruist bij de club van ambitie en energie. Dat merk je door de hele organisatie, van kantoor, directie, begeleidingsteam tot de materialenman, iedereen staat er vierkant achter. Niemand voelt zich hier te groot om een veld sneeuwvrij te maken of de vaatwasser uit te ruimen. Trainer zijn van een betaalde voetbalorganisatie betekent met name een management achtige baan. Ik werk met een groep van 25 spelers, 15 man in de begeleidingsstaf, de medewerkers op kantoor, een perschef, de media enzovoort. Het is een heel diverse, complexe, maar ook hele leuke baan.”

“In de omgang met de spelers heb je niet alleen te maken met hun prestaties, maar ook met hun privé omstandigheden die natuurlijk van invloed zijn op hun spel. Daarin komt heel veel samen van mensen. Door de jaren heen leer je dat steeds beter te managen. Jan Wouters (oud speler van Utrecht, Ajax, het Nederlands Elftal en trainer van Ajax) leerde me dat je veel vlieguren moet maken om het vak ook op dit gebied onder de knie te krijgen. Je leert door schade en schande en ontwikkelt een eigen visie waarin je gelooft. Zolang je wint vindt iedereen alles prachtig, maar in moeilijke tijden word je getest op je visie. Je moet een sterke visie hebben, maar dat betekent niet dat je blind moet zijn voor de mening van je assistenten-trainers. Je moet ook durven aanpassen. Je geeft immers leiding aan een begeleidingsteam.” 

Een groot deel van mijn werk bestaat juist uit niet directe voetbalzaken. Ik zoek met alle spelers een connectie. Niet elke speler heeft evenveel aandacht nodig, maar achter ieder huist een verhaal. Je moet hun achtergrond leren kennen, het zijn jonge mensen en er gebeurt veel in hun leven. Ik bewaak altijd de mensenkant zodat ik ze beter kan helpen en coachen. De energie in je spelersgroep moet goed zijn. Wat betreft de oefenstof voor de trainingen zet ik altijd voor een week de hoofdlijnen uit. De vijf assistent-trainers doen de voorbereidingen en leiden de trainingen, vaak ieder met een groepje spelers. Van de pakweg 20 verschillende oefeningen die we in een week doen, neem ik er zelf hooguit vijf voor mijn rekening en heb zodoende de mogelijkheid goed te observeren. De assistent-trainers spreken dezelfde taal en spelen een belangrijke rol. Ik prijs me gelukkig met een loyale en bekwame staf. In het hele proces is je eigen gedrag als trainer heel belangrijk. Ja, er komt zeker stress kijken bij dit vak. Je bent immers eindverantwoordelijk en moet overal iets van vinden en continue beslissingen nemen. Je moet je daarbij niet alleen laten leiden door winnen en verliezen, al weet je dat je daarop beoordeeld wordt. Ik voel me goed gesteund door onze algemeen directeur en technisch directeur. Nieuwe spelers worden alleen aangetrokken als we het er alle drie over eens zijn. Ik heb zeker de ambitie om in de toekomst weer een eredivisieclub te trainen, maar voorlopig steek ik alle energie in TOP Oss en geniet in de schaarse uren thuis van ons acht maanden oude dochtertje.”