Boeren leveren melk af bij de margarinefabriek van Jurgens.
Boeren leveren melk af bij de margarinefabriek van Jurgens.

Het Armenwezen in Oss van 1850 tot 1900

OSS | Marten Jan Bok, oud leerling van het TBL, deed zijn kandidaatsscriptie over de armenzorg en industrialisatie in Oss van 1850 tot 1896. Hij kwam tot deze conclusie: “Vanaf 1850 was Oss een verpauperde agrarische gemeenschap, waar zeker 75% van de bevolking in armoede leefde, 55% behoeftig was en een kwart van de bevolking bedeeld werd”.

Met de komst van de boterindustrieën verbeterde de situatie aanzienlijk, maar vanaf 1880 verslechterde die opnieuw. In de gemeentelijke verslagen van Oss staat dat veel kleine boeren steun nodig hadden door overstromingen en hoge voedselprijzen. Vanaf 1883 wordt gemeld dat “de toestand van het armwezen minder gunstig is, omdat het aantal armen jaarlijks groeit door nieuwe arbeidersgezinnen die zich vestigen om werk te vinden bij boterfabrieken, maar zonder werk vaak bij het armbestuur aankloppen voor steun”. 

Arbeidsmigratie blijkt zo een belangrijke oorzaak van de toenemende armoede. Na het vertrek van de fabrieken van Van den Bergh verslechterde de situatie verder.
De armenzorg werd georganiseerd door het Algemeen of Burgerlijk Armbestuur en door kerkelijke instellingen voor protestanten, joden en katholieken, waarvan de in 1851 opgerichte katholieke Vincentiusvereniging de belangrijkste was.

Het Armbestuur ontving geld uit grondbezit, collectes, giften en gemeentelijke subsidies. De overheid vond echter dat dit moest worden beperkt. De minister van Binnenlandse Zaken stelde: “Het is vooral particuliere liefdadigheid die armoede moet bestrijden. Belastingen hiervoor verminderen de inzet van burgers en maken mensen afhankelijk en minder toekomstgericht”. 

Hierdoor kregen werkenden vaak geen steun meer. Wel ontstonden werkverschaffingsprojecten zoals een linnenweverij en koehaarspinnerij van de Vincentiusvereniging. Ook werden landerijen gebruikt voor vlasteelt zodat armen konden werken aan spinnen en hekelen. Deze projecten waren echter vaak verliesgevend en verdwenen snel. In de jaren 1890 kwamen er ontginningsprojecten op de Osse Heide en werd mandenvlechtwerk geproduceerd voor de boterfabriek van Jurgens.

De overheid benadrukte in de negentiende eeuw vooral eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van armen. Dit idee klinkt vergelijkbaar met hedendaagse beleidslijnen van 21e-eeuwse kabinetten, waaronder Rutte. Oude wijn in nieuwe zakken?