
Recensie: Yamato, The Drummers of Japan
Algemeen 820 keer gelezenVanaf het allereerste trommelgeroffel tot aan de laatste slagen van de avond, dreunen de klanken van Yamato, The drummers of Japan, door je lichaam. Met hun nieuwe show ‘Hinotori’ oftewel ‘De vleugels van de feniks’, brengen ze een waar muzikaal spektakel, dat niet alleen een sensatie voor het gehoor is, maar ook voor het oog. Want naast de traditionele Japanse drums op het podium, is er ook oog voor detail in kleding, belichting en decor.
Door Melanie Ariëns
Met meer dan 40 drums - allemaal met een ander karakter - laten ze met iedere slag een geluidsexplosie door de zaal gaan. Het spektakelstuk is een enorme trommel, odaiko, van zo’n twee meter in doorsnee en zo’n 500 kilo. Getraind tot het uiterste, met spieren van staal en een rondvliegende zweetdruppel hier en daar, brengen ze – vol respect en dankbaarheid - een stukje Japan naar Oss. De energie en kracht spat ervan af. Individueel en samen tot in perfectie uitgevoerd en veelal ook nog eens perfect synchroon.
Het muzikale geweld van de drums wisselen ze af met subtielere klanken van onder andere de koto en de shamisen, beiden Japanse snaarinstrumenten, en ook is er zo nu en dan een fluit te horen. Bovendien weet het ensemble er ondanks de taalbarrière met regelmaat een komische noot aan toe te voegen, en de interactie met het publiek is geweldig. Ze hebben zelfs hun Nederlands even geoefend. Maar woorden zijn niet nodig; met handen en voeten, en vooral gek doen, kom je een heel eind. Dat blijkt wel wanneer de uitverkochte zaal vol overtuiging meedoet en het eindapplaus minutenlang aanhoudt. En waar onze armspieren na die paar minuten klappen wel klaar zijn, lijkt de energie van de dames en heren op het podium nog net zo hoog als aan het begin van de show. Waanzinnig!















