
De Geschiedenis van Oss, door meester Henk: ‘Jeugdstrafrecht in de negentiende eeuw’
Historie 1.539 keer gelezenHelaas komen de laatste tijd nogal wat berichten over, steekpartijen tussen jongeren en roofovervallen door veertienjarigen. Bij het huidige jeugdstrafrecht geldt dat jongeren onder de twaalf jaar geen straf opgelegd krijgen bij het begaan van misdrijven. Een gesprekje tussen jeugdzorg, een politieagent en de jongere in kwestie met zijn ouders volstaat meestal. Twaalf- tot zestienjarige jongeren kunnen een boete krijgen, een werkstraf of jeugddetentie tot maximaal een jaar. Voor zestien- en zeventienjarigen geldt een maximale jeugddetentie van twee jaar in een jeugdinrichting, tenzij het misdrijf zo ernstig is dat het volwassenenstrafrecht opgelegd dient te worden; dit laatste komt niet zo vaak voor.
Hoe zat dat in de negentiende eeuw? Duidelijk moge zijn dat de opgelegde straffen hoger waren. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt dit duidelijker.
Jan Francis van Haren, 11 jaar oud, had uit de winkel van Jan Spierings uit de Kruisstraat in Oss 25 zakjes met tabak gestolen. Hij bekende zijn misdaad, maar de rechter oordeelde, dat Jan nog niet met “oordeel des onderscheids “ gehandeld had en niet naar de gevangenis hoefde; wel veroordeelde men hem tot plaatsing in een verbeterhuis tot zijn twintigste jaar ! Dat zou hem leren!
Dan de drie Petronella’s: Petronella de Bie, 14 jaar, Petronella van Galen. 15 jaar en Petronella van Esch, ook 15 jaar oud. Zij hadden uit een wei koemest gestolen: de vijftienjarigen kregen 15 dagen cel en de veertienjarige Petronella de Bie 10 dagen celstraf ! Tegenwoordig zouden veel veehouders blij zijn met diefstal van mest, maar toen blijkbaar niet.
De meest opvallende zaak ging over de achtjarige Johannes Vos; bij zijn arrestatie wegens diefstal van koemest was er al de nodige heibel: zijn zus Christina had de aanhouding proberen te voorkomen en ook de zeventigjarige buurman Jan van Ballegooij had zich ermee bemoeid en de veldwachters bedreigd met een gaffel. De zeventigjarige werd vrijgesproken, omdat de veldwachters ten onrechte op zijn grond stonden. Christina werd veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf wegens “wederspannigheid tegen bedienende beambten”. En dan Jantje. Bij de kantonrechter had hij verklaard dat zijn vader hem bevolen had naar huis te komen met koemest; zo niet, dan kreeg hij een pak slaag. Hij werd veroordeeld tot plaatsing in een verbeterhuis tot zijn twintigste jaar. Zijn ouders gingen in beroep bij de rechtbank en deze rechter oordeelde, dat Jantje nog niet met “oordeel des onderscheids” gehandeld had en nog te jong was om in een verbeterhuis geplaatst te worden: hij mocht mee naar huis!
De rechterlijke macht hield dus in de negentiende eeuw ook al rekening met de leeftijd van de verdachte, desalniettemin waren de straffen in onze ogen hoog. Tijden veranderen en de straffen ook!















