
Familie Van de Ven neemt definitief afscheid van hun voormalige vleeshandel
Hoogstpersoonlijk 678 keer gelezenOSS | Aan de Vechtstraat in Oss staat de sloopkraan klaar om het pand op nummer 8 tegen de vlakte te werken. Op de drempel van de oude loods is de naam ‘Monique’ nog net zichtbaar, ooit door een kinderhand in het verse cement gekrast. Monique zelf staat op de stoep en kijkt samen met haar ouders Mari en Marietje van de Ven naar het oude pand. In de jaren zeventig bouwden Mari en Marietje dit pand eigenhandig op, waar ze jarenlang de bekende Van de Ven Vleeshandel runden. Het familiebedrijf en hun toenmalige woonhuis maken nu definitief plaats voor nieuwbouw. Voor de familie Van de Ven is het een emotioneel afscheid, maar de herinneringen aan die tijd blijven haarscherp.
Om te begrijpen wat het pand aan de Vechtstraat betekende, moet je terug naar de jaren zeventig. Oss was destijds dé vlees- en industriehoofdstad van het Zuiden, gevormd door de erfenis van grote bedrijven als Unox, Zwanenberg en de farmaceutische gigant Organon. In de straten rondom het industrieterrein bouwden kleine, gedreven ondernemers hun eigen loodsen en woonhuizen. Iedereen kende elkaar en men hielp elkaar waar nodig.
Voor Mari begon het avontuur uit pure drang om op te klimmen uit de armoede. “We sliepen vroeger op een koude zolder waar de jachtsneeuw ’s winters zo door de dakpannen op ons bed waaide”, vertelt Mari. “En soms had ik geen klompen om naar school te gaan omdat mijn broers ze al aan hadden. Ik lag op mijn bed, keek door de pannen naar de hemel en dacht ‘dit wil ik nooit meer’.”
Zonder al te veel formaliteiten of schoolse opleiding, maar gewapend met een onvermoeibare werkethiek, begon hij met de verkoop van vlees. Het startte heel bescheiden in een kleine werkplek bij zijn ouders thuis, naast de koeienstal. Van daaruit ging hij met een grote rieten mand achter op de bromfiets langs de deuren en de boerderijen in de regio, tot aan Weert toe.
In diezelfde periode vond Mari niet alleen zijn weg in het ondernemerschap, maar ook de liefde van zijn leven. Tijdens het stappen in de lokale dancing in de Palmstraat in Oss sprong de vonk definitief over tussen hem en Marietje. “Daar op de dansvloer is het allemaal begonnen,” herinnert Marietje zich. “Ze konden ons de dansvloer niet afkrijgen. We waren meteen een onafscheidelijk team.” Samen stonden ze aan de vooravond van het opbouwen van een eigen bedrijf én een gezin.
In 1975 kochten Mari en Marietje de grond aan de Vechtstraat. Vier jaar lang werd er gezwoegd, steen voor steen, tot het woonhuis en de groothandel overeind stonden. En daarna begon het echte werk pas. Mari vertelt: “Werkdagen van vier uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds waren heel normaal. Vlees is een versproduct, dat mag niet blijven staan. En de inspectie kon ‘s ochtends om 5 uur al voor de deur staan, dus ik was vaak nog om 12 uur ‘s nachts aan het schrobben.”
Marietje stuurde vanuit huis de administratie aan. “Met de typemachine, carbonpapier en facturen in drievoud”, herinnert ze zich. “Alles moest tot op de gram nauwkeurig, zeker voor het internationale transport naar landen als Ierland en Azerbeidzjan. Daar zijn veel telefoontjes voor naar de haven van Rotterdam gegaan.”
Wat de Vechtstraat in die gouden jaren kenmerkte, was vooral de menselijke maat. De werksfeer achter de muur was ongekend warm. Nederlandse levensliederen schalden hard door de loods. “Ze zongen als lijsters!”, lacht Marietje.
Voor het personeel – vaak jonge jongens uit de buurt – werd fantastisch gezorgd. Als iemand zijn lunch een keer was vergeten, gooide Marietje de pannen vol en smeerde ze stapels vers brood. Het creëerde een hechte band die tientallen jaren later nog steeds voelbaar is. “Een rondje door de stad met mijn vader kan uren duren”, lacht dochter Monique. “Overal waar we komen, horen we ‘Hey, Mari!”, en worden we gestopt voor een praatje over vroeger.”
Begin jaren negentig kwam er vrij plotseling een einde aan het succesverhaal van de groothandel. Niet door verkeerd ondernemerschap of een gebrek aan klandizie, maar door de snelle opkomst van nieuwe technologieën in de industrie. Met de uitvinding van de scheidingspers veranderde de vleessector definitief. Machines konden plotseling machinaal het laatste restvlees van de botten halen - werk dat daarvoor altijd door ambachtelijke mensenhanden werd gedaan. De handel ging stuk. Het pand werd in de jaren ‘90 verkocht en het bedrijf werd ontmanteld. “Het was niet pijnlijk. We vonden het mooi geweest”, blikt Mari terug.
Het gezin wilde bewust nog één keer bij elkaar komen om de herinneringen op de plek zelf op te halen en samen af te sluiten. “Het is emotioneel, maar absoluut niet pijnlijk,” vertelt Monique. “Door hier nog eenmaal te staan, komen alle verhalen weer haarscherp tot leven.”
Stilzitten bleek er voor Mari en Marietje na het stoppen van de vleeshandel overigens nooit in te zitten; het ondernemende echtpaar gooide het roer om en richtte zich vol overgave op hun tweede passie: het bouwen van huizen. Dat Mari zijn vakwerk destijds aan de Vechtstraat al ruimschoots verstond, blijkt wel nu de grote grijper van de kraan zich in de gevel zet. Het gebouw geeft zich niet zomaar gewonnen. “Ik weet zeker dat de slopers hier nog een flinke kluif aan hebben”, grapt hij, terwijl het gezin dit pand voor de laatste keer verlaat.















