
Rob den Dikken (61): ‘Clubliefde bestaat nog’
Algemeen 3.296 keer gelezenOSS | De warme band die Rob den Dikken al vanaf zijn jongste jeugd met sv TOP en TOP Oss heeft is geen toeval. Zijn vader, Geert den Dikken, was 25 jaar voorzitter van de club. Al vanaf zijn vijfde mocht Rob met zijn vader mee om de uit- en thuiswedstrijden van de rood-witten te bezoeken. “Ik mocht dan wel eens mee de kleedkamer in, ik ruik nog de Midalgan die in die jaren veel gebruikt werd.” Inmiddels is hij 54 jaar lid en maakt voor het 35ste seizoen deel uit van de medische staf van TOP Oss. “Clubliefde bestaat nog.”
Sinds 1995 runt Rob den Dikken (61) een eigen praktijk voor fysiotherapie, sportrevalidatie en manuele therapie in combinatie met een parttime dienstverband bij TOP Oss. In zijn jonge jaren was hij tweede doelman achter Herman Teeuwen totdat een gebroken hand het keepen onmogelijk maakte. Daarom werd hij veldspeler, maar ook daarmee moest hij vroegtijdig stoppen vanwege een afgescheurde kruisband. In 1988 werd Rob fysiotherapeut-verzorger van het eerste elftal. “Tegenwoordig coördineer ik de activiteiten van het medisch team dat bestaat uit een clubarts, drie fysiotherapeuten en een verzorger. Ik zorg voor de werkverdeling, de inkoop van materialen, verricht de keuringen van nieuwe spelers en regel doorverwijzingen naar specialisten in het ziekenhuis.”
“Een belangrijk onderdeel van ons werk is het beoordelen en behandelen van blessures, het verzorgen van de revalidatietrainingen op het veld en in de fitnessruimte. En ook niet onbelangrijk, het overleg met de technische staf over de inzetbaarheid van spelers. Naast mijn eigen praktijk bieden mijn activiteiten voor Top Oss een mooie afwisseling. Behalve bij de profs ben ik ook actief voor de spelers van de amateurtak. Voor hen houd ik wekelijks een blessurespreekuur en bezoek elke thuiswedstrijd. In al die jaren heb ik heel wat spelers en trainers langs zien komen. Na de overstap van amateurs naar profs was Piet Schrijvers de eerste trainer die hier werd aangesteld. Maar ook met mannen als Hans Dorjee, Lex Schoenmaker, Hans de Koning, Dirk Heesen en Klaas Wels heb ik gewerkt.”
“Doelstelling van ons als medische staf is om elke week zo veel mogelijk spelers voor de trainer beschikbaar te hebben. Ik vind het mooi om deel van die staf uit te maken, het hele gebeuren mee te beleven en te delen in alle emoties. Ik geniet van de contacten met jonge sporters, leer en passant de straattaal van vandaag de dag en begrijp inmiddels wat spelers bedoelen met ‘blessa’ (red. geblesseerd). Ik ga nog steeds met veel plezier naar het stadion.”















